Informatiewijzer

MET ANDERE WOORDEN

Om waarheidsgetrouw, feitelijk en neutraal te kunnen berichten is de woordkeuze van journalisten belangrijk. Het Kenniscentrum merkt dat journalisten op het gebied van (seksueel) misbruik vaak verbloemende en ouderwetse bewoordingen gebruiken. Daarom leek het ons nuttig een woordenlijst te publiceren met meer bewuste woorden voor veelvoorkomende journalistieke (mis)representaties, zodat journalisten en lezers de echte betekenis van de gerapporteerde nieuwsfeiten begrijpen.

De uitgangspunten voor de werkwijze van journalisten zijn vastgelegd in de Code van Bordeaux van 1954.

Hierin staan de volgende regels:

Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid: vrijheid in verantwoord bijeenbrengen en publiceren van nieuws, en het recht van fair commentaar en kritiek.

Berichtgeving berust op feiten waarvan de journalist de bron kent, hij zal wezenlijke informatie niet achterwege laten en geen documenten vervalsen en elke verstrekte informatie die schadelijk onnauwkeurig blijkt, op royale wijze rechtzetten.

Er is beroepsgeheim ten aanzien van de bron van in vertrouwen verkregen informatie en bewustzijn van het gevaar van door media verspreide discriminatie, en de journalist zal al het mogelijk doen te voorkomen dat gediscrimineerd wordt op, o.a., ras, sekse, seksuele geaardheid, taal, godsdienst, politieke of andere meningen en nationale of sociale afkomst.

Journalistieke vergrijpen zijn: plagiaat, laster, smaad, belediging en ongegronde beschuldigingen, het aanvaarden van steekpenningen, en het kwaadwillig geven van een valse voorstelling van zaken.

Praktisch advies is om hoor en wederhoor toe te passen en de 5W1H (Wie, Wat, Waar, Wanneer, Waarom, Hoe) vragen toe te passen.

De journalistieke werkwijze heeft derhalve regels voor het verkrijgen en representeren van informatie, maar geen concrete regels voor het gebruik van woorden. Dit ondanks het feit dat woorden naast betekenis en inhoud, vaak een emotionele en visuele lading hebben. Woorden kunnen bijvoorbeeld onethisch zijn, onjuist gebruikt worden en discrimineren.

Juristen, marketingdeskundigen, tolken en taalkundigen spenderen een groot deel van hun studietijd aan de bestuderen van het belang van taal en woorden en aan begrip, uitleg en correctie van teksten. Psychologen doen hetzelfde met de woorden die hun cliënten gebruiken. De representatie verandert de inhoud.

Hoewel dit voor journalisten en media niet anders is, merken wij als Kenniscentrum toch dat op het gebied van (seksueel) misbruik vaak wat ondoordachte bewoordingen gekozen worden. Dit zal meestal onbewust zijn – en wellicht soms bewust, maar dan geldt het al snel als een overtreding van de journalistieke Code van Bordeaux – en daarom leek het ons nuttig een woordenlijst te publiceren voor veelvoorkomende (mis)representaties in de media.

Wij volgen hierin zowel de internationale taalbeweging als het Nederlands veranderd taalgebruik. Ter illustratie: het gebruik van “tot slaaf gemaakt” in plaats van “slaaf” erkent de slavernij als een daad van macht leidend tot de ontmenselijking van deze personen. Op dezelfde manier is het van belang te laten zien dat kinderen en tieners die in een seksueel machtsspel worden uitgebuit en daarmee gereduceerd tot gebruiksvoorwerp en van hun kind-zijn en menselijkheid ontdaan worden, daar nooit voor gekozen hebben.

Woorden doen ertoe

Het opstellen van deze woordenlijst is geen eenvoudige taak en de lijst zal ook niet volledig zijn. De realisatie dat een woord gevoelig ligt en emoties oproept is van belang, maar ook de uitleg waarom. Onze lijst is dan ook niet een kant-en-klare lijst met ‘slechte’ en ‘goede’ woorden. Onze intentie is niet om een bepaald woordgebruik voor te schrijven, maar om de lezer na te laten denken over wat een ethisch verantwoorde, niet-discriminerende, feitelijk en juridisch juiste, gegronde en een bona fide voorstelling van zaken vormt. Ons doel is daarmee het bewustzijn te verhogen van de onderliggende betekenis van sommige woorden, om hiermee meer doordachte keuzes aan te moedigen.

Zie ook de aanbeveling van Terres Des Hommes aan de regering omtrent het wetsvoorstel voor de modernisering van de zedenwetgeving: “Tot slot doen we aanbevelingen op de terminologie. Taalgebruik dat beschuldigend is jegens slachtoffers moet vermeden worden. Termen als ‘kinderprostitutie’, ‘jeugdprostitué(e)’ en ‘kinderpornografie’ suggereren onterecht dat het gaat om vormen van prostitutie en pornografie, terwijl het gaat om vormen van seksueel misbruik van kinderen, met langdurige en zware gevolgen.” https://www.terredeshommes.nl/nl/actueel/terre-des-hommes-doet-aanbevelingen-voor-nieuwe-wet-seksuele-misdrijven

Onze complimenten voor de woordkeuzes van de journalisten van onder meer Trouw en De Standaard, die op zeer verantwoorde wijze publiceren over kindermisbruik. Met dank aan het Museum Volkenkunde voor de inspiratie.

Een moedige biografie

In dit boeiende verhaal (in boek- en blogvorm) beschrijft Janneke haar zoektocht naar genezing van initieel onduidelijke symptomen. Een vruchteloze dwaaltocht via Riagg, psychotherapie, psychiatrische instellingen leidt haar naar zelf-help met de therapieën van Stettbacher en Jenson (vergelijkbaar met de tegenwoordig wellicht bekendere Byron Katie) om de trauma’s van een kindertijd gevuld met psychisch, fysiek en seksueel misbruik te verwerken.

Haar onderbouwde kijk op en uitleg over haar eigen reis biedt waardevolle inzichten en handgrepen voor therapeuten en overlevers die zichzelf willen begeleiden. Vaak een noodzaak omdat het patroon van dergelijk complex trauma vaak nog steeds niet goed herkend en behandeld wordt waardoor slachtoffers gelabeld en gedrogeerd worden in plaats van genezen.

Ze heeft er ook voor gekozen de blogversie in het Engels te vertalen om deze biografie van een zelf-genezing beschikbaar te maken voor een breder publiek dan alleen Nederland.

Dissociatieve amnesie of hervonden herinnering?

In verband met een recente publicatie “De Wetenschap Achter Verdrongen en Valse Herinneringen” door Henry Otgaar et al. wilden wij u hieronder een oud artikel dat hierop een wetenschappelijk antwoord geeft niet onthouden.
Het artikel van Otgaar c.s. probeert namelijk opnieuw twijfel te zaaien waar wetenschappelijk gezien geen twijfel bestaat. Dit in een herhaling van zetten door de vorige generatie wetenschappers in de jaren ’90.

Het team doet dit door irrelevante laboratoriumonderzoeken inzake implantatie van onschuldige herinneringen gelijk te stellen met de neurologische dissociatieve amnesie bij mensen met PTSD en DIS (zie Van Der Kolk) en daarbij een individu aan te halen die al dan niet haar herinneringen verzonnen heeft. Een vals autobiografisch zelf kan ontstaan uit vele redenen, waaronder persoonlijkheidsstoornissen, maar daar wordt in het artikel niet verder niet over uitgeweid. Valse rapportages zijn zeer zeldzaam, 1-2%, en derhalve statistisch gezien niet relevant, zie voor meer informatie hier. Een persoonlijk relaas is bovendien geen wetenschappelijke onderbouwing, al zou de waarheid in dit enkele geval neurologisch te achterhalen zijn indien deze persoon zou instemmen met een hersenscan (zie A.A. Reinders et al).

Verloren grond: het debat over valse/verdrongen herinneringen

November 2, 1999
Alan W. Scheflin
Psychiatric Times, Psychiatric Times Vol 16 No 11, Volume 16, Issue 11

Het debat over hervonden herinneringen is de meest bittere, wrede en pijnlijke interne controverse in de geschiedenis van de moderne psychiatrie. Vanaf het allereerste begin in de late jaren ‘80, is het meer een “ad hominem” oorlog geweest, een beroep doend op gevoelens en vooroordelen, in plaats van een kwestie van gemotiveerde professionele onenigheid.

Lees verder

Trauma en herinnering, Bessel van der Kolk

UITTREKSEL

De studie van traumatische herinneringen vormt een uitdaging voor verschillende basisopvattingen over de aard van het geheugen: (i) dat geheugen altijd een constructief proces is; (ii) dat het geheugen in de eerste plaats declaratief is (d.w.z. dat mensen in woorden en symbolen kunnen verwoorden wat ze weten) (iii) dat het geheugen op een continue en ononderbroken manier in het bewustzijn aanwezig is; en (iv) dat het geheugen in de loop van de tijd steeds minder nauwkeurig wordt. Een eeuw van studie van traumatische herinneringen toont aan dat (i) semantische representaties naast zintuiglijke indrukken kunnen bestaan; (ii) in tegenstelling tot traumaverhalen, blijven deze zintuiglijke ervaringen vaak stabiel in de tijd, ongewijzigd door andere levenservaringen; (iii) ze kunnen terugkeren, getriggerd door herinneringen, met een levendigheid alsof de ervaring helemaal opnieuw gebeurt; en (iv) deze flashbacks kunnen optreden in een mentale toestand waarin slachtoffers niet precies kunnen verwoorden wat ze voelen en denken. Dit artikel geeft een overzicht van de literatuur over traumatische herinneringen en bespreekt de recente neuroimaging-onderzoeken die de neurobiologische onderbouwing van de verschillen tussen gewone en traumatische herinneringen lijken te verduidelijken.

Lees verder

Feiten aangaande het LEBZ

De LEBZ legt er steeds de nadruk op dat de feiten uitwijzen dat er geen bewijzen zijn dat er zoiets als ritueel misbruik bestaat.

Feiten.

  • Feit is dat de LEBZ haar laatste jaarverslag indiende over het jaar 2008. Eerst nu ,op dringend verzoek van de minister van Justitie en Veiligheid, volgend op een met algemene stemmen aangenomen motie van de Tweede Kamer, is de LEBZ bezig cijfers te verzamelen.
  • Feit is dat – volgens mededelingen van de juridische afdeling van de landelijke politie – geen documenten aanwezig zijn waaruit opgemaakt kan worden waarop de LEBZ de mening baseert dat therapeuten gebruikmaken van suggestieve technieken en zich dus niet aan de regels van de Gezondheidsraad houden.
  • Feit is dat er, wederom volgens de landelijke politie, geen op onderzoeksrapportages van de politie gebaseerde documenten zijn waarop de LEBZ zich baseert bij hun uitlatingen over retractors.
  • Feit is dat onbekend is of de LEBZ de situatie van meer dan één retractor heeft onderzocht, en hoe.
  • Feit is dat wetenschappers die als consulent verbonden zijn of waren aan de LEBZ niet of niet inhoudelijk reageren op vragen die hen worden gesteld over beweringen die zij in de media deden, zoals Peter van Koppen en Ineke Wessel. De informatie over door het KTGG hierover met de betrokken personen gevoerde discussies is ter inzage.
  • Feit is dus dat veel van de stellingen en beweringen die met grote regelmaat door de LEBZ worden gedaan, niet controleerbaar zijn, tot nu.
  • Feit is dat de LEBZ schermt met de samenstelling: multidisciplinair en uit diverse vakgebieden afkomstig. Feit is ook dat deze deskundigen vrijwel allemaal het fantasiemodel ter verklaring van DIS aanhangen en hervonden herinneringen als onmogelijk afschrijven;
  • Feit is dus dat er wel degelijk sprake kan zijn van tunnelvisie en groepsdenken bij het beoordelen van opsporingsrapportages van de politie.
  • Feit is ook dat geen van de consulenten of vaste medewerkers behandelervaring heeft met complexe dissociatieve problematiek. Dus is het – voorlopig – een feit dat ook niet controleerbaar is vanuit welke visie deze rapportages worden beoordeeld.
  • Tenslotte is het een feit dat diverse artikelen geschreven door wetenschappers uit de Maastrichtse school in artikelen van andere wetenschappers negatief werden beoordeeld, en dat hierop van de kant van de eerstgenoemde auteurs inhoudelijk niet op wordt gereageerd.
  • Feit is dus dat de LEBZ zich baseert op theorieën die internationaal niet hoog staan aangeschreven.
  • Een feit is ook dat de zedenpolitie sterk onderbemand is, en nog steeds onvoldoende kennis in huis heeft als het gaat om de zeer complexe vormen van dissociatieve problematiek die het gevolg is van het hebben ondergaan van georganiseerd sadistisch misbruik.
  • Tot slot, een feitelijke vraag is: hoe de LEBZ met zoveel stelligheid dingen kan beweren, terwijl er in de laatste zeven jaar slechts drie aangiftes zijn gedaan?

Kanttekeningen bij het artikel ‘Ritueel misbruik; babylijkjes en andere gruwelijkheden’ van Colet van der Ven, De Groene Amsterdammer 1 juli 2021

De grote vraag na het lezen van het concept van het artikel is: wat heeft de auteur bewogen dit artikel in deze vorm te schrijven.

Wat is de reden geweest dat zij over ‘ritueel misbruik’ wil schrijven? Langzaam is de laatste jaren het besef gegroeid dat ‘ritueel misbruik’ iets is dat in een veel bredere context dient te worden beschouwd: georganiseerd seksueel misbruik bestaat, daarover kan geen twijfel meer bestaan na bijvoorbeeld het oprollen van grote kinderpornonetwerken. Dat daarbij gruwelijke sadistische zaken een grote rol spelen, ook daarover bestaan nog weinig twijfels. En dat binnen dit geheel in sommige netwerken ook rituele aspecten een min of meer grote rol spelen, vervat in een min of meer pseudoreligieuze ideologie, wordt ook geleidelijk duidelijker. Daarover bestaat geen twijfel meer. Waarom dan terug naar oude wijn (in niet eens zo nieuwe zakken), in plaats van de lezer inzicht te verschaffen in voortgaande kennis?

Merkwaardig is dat in het cursief aan het begin – de ‘definitie’ van ritueel misbruik – dat woord helemaal niet is gebruikt. Sadistisch is niet hetzelfde als ritueel.

Heeft de auteur een verborgen agenda? Deze vraag is niet een dwaze; hieronder een – niet geheel complete – uitleg ter onderbouwing.

Het artikel is op veel fronten tendentieus

Bijvoorbeeld:

Lees verder

De New York Times rapporteert

Technologie bedrijven melden een enorme toename van online foto’s en video’s van kinderen die seksueel worden misbruikt – in 2018 werd een recordaantal van 45 miljoen illegale afbeeldingen gemarkeerd – waardoor het systeem op een breekpunt is en de daders niet bij te houden zijn aldus een onderzoek van The New York Times.

Lees verder

Dissociatieve Identiteits Stoornis: eindelijk uit de schaduw?

Antje A.T.S. Reinders[1] en Dick J. Veltman[2] In: The British Journal of Psychiatry[3]

Samenvatting
De Dissociatieve Identiteits Stoornis (DIS) is een ernstig invaliderende stoornis. Hoewel opgenomen in de huidige DSM, en in vorige versies, blijft DIS een omstreden psychiatrische stoornis en dat belemmert zowel diagnostiek als behandeling. Echter, neurobiologische waarnemingen ondersteunen het idee dat was ontstaan op basis van klinische observaties: DIS is een ernstige vorm van post-traumatische stress stoornis.

Lees verder

Dissociatieve stoornissen bij kinderen onder 14 jaar

Tijdens ons symposium van 2019 hield Arianne Struik, ontwikkelingspsycholoog/systeemtherapeut en EMDR supervisor, een lezing over dissociatieve stoornissen bij kinderen onder 14 jaar.
Deze lezing kun je hier terugkijken, omwille van de privacy zijn fragmenten uit de presentatie geknipt.

Lees verder