Een moedige biografie

In dit boeiende verhaal (in boek- en blogvorm) beschrijft Janneke haar zoektocht naar genezing van initieel onduidelijke symptomen. Een vruchteloze dwaaltocht via Riagg, psychotherapie, psychiatrische instellingen leidt haar naar zelf-help met de therapieën van Stettbacher en Jenson (vergelijkbaar met de tegenwoordig wellicht bekendere Byron Katie) om de trauma’s van een kindertijd gevuld met psychisch, fysiek en seksueel misbruik te verwerken.

Haar onderbouwde kijk op en uitleg over haar eigen reis biedt waardevolle inzichten en handgrepen voor therapeuten en overlevers die zichzelf willen begeleiden. Vaak een noodzaak omdat het patroon van dergelijk complex trauma vaak nog steeds niet goed herkend en behandeld wordt waardoor slachtoffers gelabeld en gedrogeerd worden in plaats van genezen.

Ze heeft er ook voor gekozen de blogversie in het Engels te vertalen om deze biografie van een zelf-genezing beschikbaar te maken voor een breder publiek dan alleen Nederland.

Dissociatieve amnesie of hervonden herinnering?

In verband met een recente publicatie “De Wetenschap Achter Verdrongen en Valse Herinneringen” door Henry Otgaar et al. wilden wij u hieronder een oud artikel dat hierop een wetenschappelijk antwoord geeft niet onthouden.
Het artikel van Otgaar c.s. probeert namelijk opnieuw twijfel te zaaien waar wetenschappelijk gezien geen twijfel bestaat. Dit in een herhaling van zetten door de vorige generatie wetenschappers in de jaren ’90.

Het team doet dit door irrelevante laboratoriumonderzoeken inzake implantatie van onschuldige herinneringen gelijk te stellen met de neurologische dissociatieve amnesie bij mensen met PTSD en DIS (zie Van Der Kolk) en daarbij een individu aan te halen die al dan niet haar herinneringen verzonnen heeft. Een vals autobiografisch zelf kan ontstaan uit vele redenen, waaronder persoonlijkheidsstoornissen, maar daar wordt in het artikel niet verder niet over uitgeweid. Valse rapportages zijn zeer zeldzaam, 1-2%, en derhalve statistisch gezien niet relevant, zie voor meer informatie hier. Een persoonlijk relaas is bovendien geen wetenschappelijke onderbouwing, al zou de waarheid in dit enkele geval neurologisch te achterhalen zijn indien deze persoon zou instemmen met een hersenscan (zie A.A. Reinders et al).

Verloren grond: het debat over valse/verdrongen herinneringen

November 2, 1999
Alan W. Scheflin
Psychiatric Times, Psychiatric Times Vol 16 No 11, Volume 16, Issue 11

Het debat over hervonden herinneringen is de meest bittere, wrede en pijnlijke interne controverse in de geschiedenis van de moderne psychiatrie. Vanaf het allereerste begin in de late jaren ‘80, is het meer een “ad hominem” oorlog geweest, een beroep doend op gevoelens en vooroordelen, in plaats van een kwestie van gemotiveerde professionele onenigheid.

Lees verder

Trauma en herinnering, Bessel van der Kolk

UITTREKSEL

De studie van traumatische herinneringen vormt een uitdaging voor verschillende basisopvattingen over de aard van het geheugen: (i) dat geheugen altijd een constructief proces is; (ii) dat het geheugen in de eerste plaats declaratief is (d.w.z. dat mensen in woorden en symbolen kunnen verwoorden wat ze weten) (iii) dat het geheugen op een continue en ononderbroken manier in het bewustzijn aanwezig is; en (iv) dat het geheugen in de loop van de tijd steeds minder nauwkeurig wordt. Een eeuw van studie van traumatische herinneringen toont aan dat (i) semantische representaties naast zintuiglijke indrukken kunnen bestaan; (ii) in tegenstelling tot traumaverhalen, blijven deze zintuiglijke ervaringen vaak stabiel in de tijd, ongewijzigd door andere levenservaringen; (iii) ze kunnen terugkeren, getriggerd door herinneringen, met een levendigheid alsof de ervaring helemaal opnieuw gebeurt; en (iv) deze flashbacks kunnen optreden in een mentale toestand waarin slachtoffers niet precies kunnen verwoorden wat ze voelen en denken. Dit artikel geeft een overzicht van de literatuur over traumatische herinneringen en bespreekt de recente neuroimaging-onderzoeken die de neurobiologische onderbouwing van de verschillen tussen gewone en traumatische herinneringen lijken te verduidelijken.

Lees verder

Feiten aangaande het LEBZ

De LEBZ legt er steeds de nadruk op dat de feiten uitwijzen dat er geen bewijzen zijn dat er zoiets als ritueel misbruik bestaat.

Feiten.

  • Feit is dat de LEBZ haar laatste jaarverslag indiende over het jaar 2008. Eerst nu ,op dringend verzoek van de minister van Justitie en Veiligheid, volgend op een met algemene stemmen aangenomen motie van de Tweede Kamer, is de LEBZ bezig cijfers te verzamelen.
  • Feit is dat – volgens mededelingen van de juridische afdeling van de landelijke politie – geen documenten aanwezig zijn waaruit opgemaakt kan worden waarop de LEBZ de mening baseert dat therapeuten gebruikmaken van suggestieve technieken en zich dus niet aan de regels van de Gezondheidsraad houden.
  • Feit is dat er, wederom volgens de landelijke politie, geen op onderzoeksrapportages van de politie gebaseerde documenten zijn waarop de LEBZ zich baseert bij hun uitlatingen over retractors.
  • Feit is dat onbekend is of de LEBZ de situatie van meer dan één retractor heeft onderzocht, en hoe.
  • Feit is dat wetenschappers die als consulent verbonden zijn of waren aan de LEBZ niet of niet inhoudelijk reageren op vragen die hen worden gesteld over beweringen die zij in de media deden, zoals Peter van Koppen en Ineke Wessel. De informatie over door het KTGG hierover met de betrokken personen gevoerde discussies is ter inzage.
  • Feit is dus dat veel van de stellingen en beweringen die met grote regelmaat door de LEBZ worden gedaan, niet controleerbaar zijn, tot nu.
  • Feit is dat de LEBZ schermt met de samenstelling: multidisciplinair en uit diverse vakgebieden afkomstig. Feit is ook dat deze deskundigen vrijwel allemaal het fantasiemodel ter verklaring van DIS aanhangen en hervonden herinneringen als onmogelijk afschrijven;
  • Feit is dus dat er wel degelijk sprake kan zijn van tunnelvisie en groepsdenken bij het beoordelen van opsporingsrapportages van de politie.
  • Feit is ook dat geen van de consulenten of vaste medewerkers behandelervaring heeft met complexe dissociatieve problematiek. Dus is het – voorlopig – een feit dat ook niet controleerbaar is vanuit welke visie deze rapportages worden beoordeeld.
  • Tenslotte is het een feit dat diverse artikelen geschreven door wetenschappers uit de Maastrichtse school in artikelen van andere wetenschappers negatief werden beoordeeld, en dat hierop van de kant van de eerstgenoemde auteurs inhoudelijk niet op wordt gereageerd.
  • Feit is dus dat de LEBZ zich baseert op theorieën die internationaal niet hoog staan aangeschreven.
  • Een feit is ook dat de zedenpolitie sterk onderbemand is, en nog steeds onvoldoende kennis in huis heeft als het gaat om de zeer complexe vormen van dissociatieve problematiek die het gevolg is van het hebben ondergaan van georganiseerd sadistisch misbruik.
  • Tot slot, een feitelijke vraag is: hoe de LEBZ met zoveel stelligheid dingen kan beweren, terwijl er in de laatste zeven jaar slechts drie aangiftes zijn gedaan?

Kanttekeningen bij het artikel ‘Ritueel misbruik; babylijkjes en andere gruwelijkheden’ van Colet van der Ven, De Groene Amsterdammer 1 juli 2021

De grote vraag na het lezen van het concept van het artikel is: wat heeft de auteur bewogen dit artikel in deze vorm te schrijven.

Wat is de reden geweest dat zij over ‘ritueel misbruik’ wil schrijven? Langzaam is de laatste jaren het besef gegroeid dat ‘ritueel misbruik’ iets is dat in een veel bredere context dient te worden beschouwd: georganiseerd seksueel misbruik bestaat, daarover kan geen twijfel meer bestaan na bijvoorbeeld het oprollen van grote kinderpornonetwerken. Dat daarbij gruwelijke sadistische zaken een grote rol spelen, ook daarover bestaan nog weinig twijfels. En dat binnen dit geheel in sommige netwerken ook rituele aspecten een min of meer grote rol spelen, vervat in een min of meer pseudoreligieuze ideologie, wordt ook geleidelijk duidelijker. Daarover bestaat geen twijfel meer. Waarom dan terug naar oude wijn (in niet eens zo nieuwe zakken), in plaats van de lezer inzicht te verschaffen in voortgaande kennis?

Merkwaardig is dat in het cursief aan het begin – de ‘definitie’ van ritueel misbruik – dat woord helemaal niet is gebruikt. Sadistisch is niet hetzelfde als ritueel.

Heeft de auteur een verborgen agenda? Deze vraag is niet een dwaze; hieronder een – niet geheel complete – uitleg ter onderbouwing.

Het artikel is op veel fronten tendentieus

Bijvoorbeeld:

Lees verder

Dissociatieve Identiteits Stoornis: eindelijk uit de schaduw?

Antje A.T.S. Reinders[1] en Dick J. Veltman[2] In: The British Journal of Psychiatry[3]

Samenvatting
De Dissociatieve Identiteits Stoornis (DIS) is een ernstig invaliderende stoornis. Hoewel opgenomen in de huidige DSM, en in vorige versies, blijft DIS een omstreden psychiatrische stoornis en dat belemmert zowel diagnostiek als behandeling. Echter, neurobiologische waarnemingen ondersteunen het idee dat was ontstaan op basis van klinische observaties: DIS is een ernstige vorm van post-traumatische stress stoornis.

Lees verder

Dissociatieve stoornissen bij kinderen onder 14 jaar

Tijdens ons symposium van 2019 hield Arianne Struik, ontwikkelingspsycholoog/systeemtherapeut en EMDR supervisor, een lezing over dissociatieve stoornissen bij kinderen onder 14 jaar.
Deze lezing kun je hier terugkijken, omwille van de privacy zijn fragmenten uit de presentatie geknipt.

Lees verder

Kenniscentrum Blue Knot Australië

Herstel van jeugd trauma

Blue Knot Foundation, voorheen Adults Surviving Child Abuse (ASCA), is de toonaangevende nationale organisatie die werkt aan het verbeteren van het leven van Australiërs (5 miljoen) die een jeugdtrauma hebben meegemaakt. Dit omvat mensen die te maken hebben gehad met kindermishandeling in al zijn vormen, verwaarlozing, huiselijk geweld in de kindertijd en andere ongunstige gebeurtenissen in de kindertijd.
Hieronder linken we u naar interessante publicaties op hun website en naar twee pdf’s die u hier op onze site kunt lezen.

Lees verder

Ervaringen van hulpverleners die met DIS/SRA cliënten werken

Interviews met vier hulpverleners die met één of meerdere cliënten werken die DIS (dissociatieve Identiteitsstoornis) hebben én melding maken van SRA (satanisch ritueel geweld).

Ervaringen van hulpverleners (april 2009)

 

Dissociatieve Identiteitsstoornis (DIS)

De mensen die aangeven slachtoffer te zijn of te zijn geweest van ritueel misbruik zijn, voor zover ons bekend, voornamelijk meisjes en vrouwen, die zijn gediagnosticeerd als lijdend aan een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) of een dissociatieve identiteitsstoornis niet anderszins omschreven (DISNAO). In dit artikel wordt ingegaan op de vraag hoe dit kan en wat wetenschappelijk onderzoek hierover leert.

DIS